
Suikerziekte: hypo en hyper herkennen en eerste hulp geven
Suikerziekte is een aandoening waarbij het lichaam de hoeveelheid suiker in het bloed niet goed kan regelen. Daardoor kan de bloedsuiker te laag of te hoog worden, bekend als hypo en hyper.
Suikerziekte, ook wel diabetes genoemd, komt steeds vaker voor in Nederland. Of het nu gaat om een collega, een kind op school of een familielid, de kans is groot dat u ooit iemand met suikerziekte tegenkomt. Het is dan belangrijk dat u weet wat het inhoudt, hoe u de signalen herkent en wat u moet doen als er een noodsituatie ontstaat.
Wat is suikerziekte precies?
Bij suikerziekte kan het lichaam de bloedsuikerspiegel niet goed reguleren. Er zijn grofweg twee vormen. Type 1 diabetes is een auto-immuunziekte waarbij het lichaam geen insuline meer aanmaakt. Type 2 diabetes ontstaat meestal door een combinatie van leefstijl en erfelijke aanleg. In beide gevallen kan de bloedsuiker te hoog of te laag worden, wat leidt tot acute problemen: een hypo bij een te lage bloedsuiker en een hyper bij een te hoge bloedsuiker.
Symptomen van hypo en hyper
Wie suikerziekte heeft, kan in een gevaarlijke situatie belanden door schommelingen in de bloedsuikerspiegel. Een hypo herkent u vaak aan zweten, trillen, hartkloppingen, verward gedrag of zelfs flauwvallen. Een hyper daarentegen kenmerkt zich door extreme dorst, veel plassen, vermoeidheid, hoofdpijn en soms een zoete geur in de adem. Wie deze signalen op tijd herkent, kan juist handelen.
Hypo en hyper: wat is het verschil?
Bij een hypo is de bloedsuiker te laag, bij een hyper te hoog. Een hypo ontstaat meestal snel en vraagt om direct handelen met snelle suikers. Een hyper bouwt zich vaak geleidelijk op en vraagt vooral om rust, water en overleg met een arts. In de tabel staan de verschillen naast elkaar.
| Kenmerk | Hypo | Hyper |
|---|---|---|
| Bloedsuiker | Te laag | Te hoog |
| Ontstaan | Meestal snel | Meestal geleidelijk |
| Kenmerken | Zweten, trillen, hartkloppingen, bleek zien, verward of afwijkend gedrag | Veel dorst, vaak plassen, moeheid, hoofdpijn, soms een zoete geur uit de mond |
| Eerste hulp | Snelle suikers geven zolang iemand goed kan slikken | Laten rusten, water laten drinken, laten meten en contact opnemen met een arts |
| Bewusteloos | 112 bellen, niets te eten of te drinken geven | 112 bellen, niets te eten of te drinken geven |
Hoe herkent u een hypo of hyper bij een collega?
U herkent een hypo of hyper bij een collega vooral aan gedrag dat anders is dan normaal. Bij een hypo wordt iemand vaak bleek, zweterig, trillerig of verward, soms binnen korte tijd. Bij een hyper ziet u eerder moeheid, veel drinken en vaak naar het toilet gaan.
Niet iedereen vertelt op het werk dat hij diabetes heeft. Let daarom ook op hulpmiddelen. Sommige mensen dragen een glucosesensor op de huid of een insulinepomp, of hebben een diabetespas bij zich.
Een hypo kan lijken op dronkenschap: iemand praat onduidelijk, reageert traag of gedraagt zich vreemd. Trek dus geen snelle conclusies en vraag of de persoon diabetes heeft.
Eerste hulp bij suikerziekte
Wanneer iemand met suikerziekte onwel wordt, vraag dan eerst of hij of zij diabetes heeft en welke medicatie wordt gebruikt. Bij een hypo geeft u snelle suikers, bijvoorbeeld druivensuiker of frisdrank. Bij een hyper laat u de persoon rusten en schakelt u medische hulp in. Wordt iemand bewusteloos, leg hem of haar in de stabiele zijligging en bel direct 112.
Wat doet u als u niet weet of het een hypo of hyper is?
Weet u niet of het om een hypo of een hyper gaat, vraag het dan eerst aan de persoon zelf. Veel mensen met diabetes kunnen hun bloedsuiker direct meten en weten wat ze nodig hebben. Is er een collega of familielid die de persoon kent, vraag die dan om hulp. Geef nooit zelf insuline. Kan iemand niet meer helder antwoorden, schakel dan medische hulp in.
Wanneer belt u 112 bij suikerziekte?
Bel 112 als iemand met suikerziekte bewusteloos raakt, niet goed meer aanspreekbaar is of niet meer kan slikken. U kunt dan zelf niets meer geven en snelle professionele hulp is nodig. Is iemand wel aanspreekbaar maar knapt hij niet op, bel dan de huisarts of de huisartsenpost.
Bel 112 als iemand:
- bewusteloos is of niet goed reageert op aanspreken;
- niet meer veilig kan slikken;
- trekkingen krijgt;
- niet normaal ademt.
Blijf in alle gevallen bij de persoon tot er hulp is.
Het belang van EHBO-training
In een noodsituatie telt iedere seconde. Wie een EHBO-training heeft gevolgd, weet direct hoe te handelen. Zo’n cursus geeft u het vertrouwen om in te grijpen, kennis van de belangrijkste signalen en praktische vaardigheden die levens kunnen redden. Suikerziekte is slechts één van de onderwerpen die tijdens de lessen aan bod komt, maar juist dit soort situaties tonen aan hoe waardevol een goede voorbereiding is.
Wilt u uw kennis up-to-date houden, dan is de oranje kruis EHBO herhaling een uitstekende keuze. Werkt u regelmatig met kinderen, dan kan een eerste hulp aan kinderen opleiding een belangrijke aanvulling zijn.
Suikerziekte is een veelvoorkomende aandoening die in het dagelijks leven voor acute noodsituaties kan zorgen. Door de symptomen van hypo en hyper te herkennen en te weten wat u moet doen, kunt u in korte tijd het verschil maken. Toch blijft praktijkervaring onmisbaar.
Wilt u zeker weten dat u altijd juist handelt bij suikerziekte en andere medische noodsituaties? Schrijft u zich vandaag nog in voor een EHBO-cursus bij Preventief en vergroot uw kennis, zelfvertrouwen en slagkracht in elke situatie.
Veelgestelde vragen
Een hypo-hyperkaart is een kaartje waarop de kenmerken van een hypo en een hyper naast elkaar staan, met wat u in beide gevallen doet. Patiëntenorganisaties voor diabetes geven zo’n kaart uit. Op het werk helpt hij collega’s om snel te zien wat er aan de hand is.
Geef iemand met een hypo direct snelle suikers, zoals druivensuiker, gewone frisdrank (geen light) of vruchtensap, zolang hij of zij goed kan slikken. Laat de persoon daarna rustig zitten en let op of de klachten afnemen. Knapt iemand niet op, geef dan opnieuw suikers en neem contact op met een arts of bel 112.
Bij een hyper laat u de persoon rusten, water drinken en als dat kan de eigen bloedsuiker meten. Veel mensen met diabetes weten zelf hoe ze moeten bijsturen volgens hun behandelplan. Knapt iemand niet op, neem dan contact op met de huisarts of huisartsenpost. Is hij niet meer aanspreekbaar, bel dan 112.
Bel direct 112 en geef een bewusteloos persoon nooit iets te eten of te drinken. Controleer de ademhaling. Ademt de persoon normaal, leg hem of haar dan in stabiele zijligging en blijf erbij tot de hulpdiensten er zijn. Ademt iemand niet normaal, start dan met reanimeren.
Ja, een hypo kan gevaarlijk worden als er niet snel wordt ingegrepen. De hersenen krijgen dan te weinig brandstof, waardoor iemand verward kan raken, een insult kan krijgen of bewusteloos kan worden. Snel suikers geven voorkomt in de meeste gevallen dat het zover komt.